Om ervoor te zorgen dat er geen brandbare omgeving ontstaat, wordt er vaak met een inert gas gewerkt. In dit artikel worden de richtlijnen rondom de inertisering uiteengezet. Zo wordt er onder andere ingegaan op:

  • Veel gebruikte inerte gassen
  • Verschillende methoden om een systeem inert te maken
  • Veiligheidslimieten om brandbaarheid te voorkomen
  • Methoden om vast te stellen of een systeem inert is

De experts van Dinnissen Process Technology staan klaar voor al uw vragen:

Neem contact op met Juul Jenneskens 077 467 3555


Veelgebruikte inerte gassen

Een inert gas reageert niet met zuurstof of een andere brandstof. Hier moet echter wel zorgvuldig mee omgegaan worden, want sommige materialen kunnen onder bepaalde omstandigheden wel reageren met stoom, kooldioxide of zelfs met stikstof. De meest gebruikte inerte gassen zijn:

  • Stikstof.
  • Koolstofdioxide.
  • Stoom: stoom met een druk van meer dan 3 bar kan worden gebruikt als een inert gas omdat het zuurstofgehalte erin meestal verwaarloosbaar is. Daarbij moet wel rekening gehouden worden met condensatie. Condensatie kan leiden tot drukval, waardoor een vacuüm kan ontstaan of er lucht kan binnendringen.
  • Rookgassen: rookgassen die ontstaan door verbranding kunnen gebruikt worden als inert gas op voorwaarde dat er voldoende controle is over de zuurstofconcentratie. Daarbij moeten de schommelingen in de zuurstofconcentratie tot een minimum beperkt blijven.
  • Edelgassen: het gebruik van edelgassen wordt vanwege de kosten alleen gebruikt bij toepassingen waar geen ander inert gas kan worden ingezet. Helium kan voordelig zijn als inert gas wanneer waterstof wordt gebruikt, aangezien de moleculaire grootte van helium ongeveer gelijk is aan die van de waterstof. Hierdoor kunnen lekkages gemakkelijker worden gedetecteerd.

Belangrijk bij inertisering is de invloed van het zuurstofgehalte op explosieve atmosferen. Er wordt daarom gewerkt met een zuurstofgrensconcentratie (LOC). Deze wordt gemeten door de zuurstofconcentratie te verlagen en de brandstofconcentratie te blijven variëren totdat er geen explosie meer wordt waargenomen. De zuurstofgrensconcentratie is afhankelijk van het type inert gas dat wordt gebruikt, de temperatuur en de druk van het systeem. 

De optimale inertisering voor gas- en dampexplosies wordt bereikt wanneer er zoveel inert gas aan het explosieve mengsel wordt toegevoegd dat het explosieve bereik niet meer kan worden behaald, ongeacht de hoeveelheid lucht of brandstof die wordt toegevoegd. Wanneer zo’n inerte atmosfeer vervolgens in de omgevingslucht vrijkomt, resulteert het niet meer in een explosieve atmosfeer. In tegenstelling tot gas- en dampexplosies, kunnen stofconcentraties niet zo goed gecontroleerd worden. Om die reden kan er alleen gevarieerd worden met de zuurstofconcentratie en niet met de zuurstofgrensconcentratie en stofconcentratie.

Als stoffen en dampen samenkomen, gaan ze vanzelf een hybride mix vormen. De zuurstofgrensconcentratie van zo’n mix is nooit lager dan de laagste waarden van één van beide stoffen of dampen. Wanneer een hybride mix precies ontvlambaar is, is heel lastig te voorspellen. De mix kan namelijk toch ontvlambaar zijn, ook wanneer zowel de stof als de damp onder hun laagste explosiegrens zitten.

Men moet rekening houden met het feit dat sommige stoffen, zoals metalen, beperkte zuurstof hebben voor verbrandingsconcentraties, slechts 2% (v/v). De zuurstofgrensconcentratie zou vastgesteld moeten worden op de manier zoals die is vastgelegd in EN14034-4. Voor veel stoffen is de zuurstofgrensconcentratie ook te vinden in de literatuur, maar daarbij staat vaak niet vermeld welke methode is gebruikt. 

Leidraad voor inertisering_Stikstof.jpg

Stikstof

Leidraad voor inertisering_Helium.jpg

Edelgas zoals helium

Methoden om een systeem inert te maken

Er zijn vier methodes om een systeem inert te maken:

  • Drukschommeling inertie: bij deze methode wordt het systeem onder druk gezet met een inert gas en vervolgens wordt de druk weer opgeheven. Dit wordt herhaald totdat de vereiste zuurstofconcentratie is bereikt. Het is logischerwijs alleen geschikt voor een systeem dat onder druk gezet kan worden.
  • Vacuümschommeling inertie: deze methode evacueert het systeem en laat het vacuüm ontsnappen met behulp van inert gas. Het is geschikt voor een systeem dat bestand is tegen vacuüm, maar niet tegen druk, zoals glazen vaten.
  • Doorstroom inertie: deze methode voedt gas en voert tegelijkertijd ook gas af, beide op twee verschillende punten. Deze methode is geschikt is voor een systeem dat niet bestand is tegen interne en externe druk.
  • Verplaatsing inertie: deze methode is gebaseerd op een verschil in dichtheid tussen het inerte gas en de lucht die verwijderd wordt. Het is alleen geschikt voor speciale situaties waar er een groot verschil in dichtheid is.

Veiligheidslimieten om brandbaarheid te voorkomen

Het idee achter een proces inert maken is om te voorkomen dat de zuurstofconcentratie in de lucht zo hoog wordt, dat het brandbaar wordt. Hiervoor is het noodzakelijk dat het  zuurstofgehalte gemeten en bijgesteld wordt zodat het onder LOC (zuurstofgrensconcentratie) blijft, ook tijdens schommelingen van het zuurstofgehalte gedurende routine operaties. Vier soorten zuurstofconcentraties moeten hierbij in de gaten gehouden worden:

  • Zuurstofgrensconcentratie (LOC),
  • Maximale toegestane zuurstofconcentratie (MAOC) in de apparatuur,
  • Trip point (TP): wanneer de procesregelaar voor een omkeerpunt zorgt,
  • Set point (SP): het punt waarop de procesregelaar de zuurstofconcentratie in stand houdt.

Wanneer de zuurstofconcentratie continu wordt gecontroleerd, moet een veiligheidsmarge van ten minste 2 volumepercentages onder de MAOC worden gehandhaafd. Tenzij de MAOC minder dan 5% is, moet een zuurstofconcentratie van niet meer dan 60% van de MAOC worden gehandhaafd. Daartegenover staat als de zuurstofconcentratie niet continu wordt gecontroleerd, dan moet een zuurstofconcentratie minder dan 60% van de MAOC worden gehandhaafd. Tenzij de MAOC minder dan 5% is, dan moet een zuurstofconcentratie van minder dan 40% van de MAOC worden gehandhaafd. Voor organische producten wordt normaal gesproken een MAOC van 5% aangehouden. 

Bij de stromingscontrole is het belangrijk dat lucht tijdens procesverstoringen niet binnen kan dringen, al zijn het maar kleine lekkages

Methoden om vast te stellen of een systeem inert is

Er zijn verschillende methoden om vast te stellen of een systeem inert is of niet. Men kan het direct meten met een zuurstofsensor of middels inferentiële methoden waarbij er geen directe meting is, maar waar de zuurstofconcentratie wordt afgeleid uit feitelijke metingen op verschillende momenten of door berekening.  

Onder de categorie directe metingen valt de methode ‘continue zuurstofmeting’. Deze meting  kan op één punt of op verschillende punten zijn. Voorwaarde is dat ze representatief zijn voor het systeem dat nog inert gemaakt moet worden. Daarnaast is het nodig dat het monster wordt geconditioneerd om verontreiniging en andere materialen die de zuurstofanalysator kruisgevoelig maken, weg te halen.  Als een proces continu is, moet ook onderhoud en kalibratie van de sensor uitgevoerd kunnen worden zonder onderbreking van het proces.  

De methode van continue zuurstofmeting heeft enkele voordelen. Zo heeft men een directe meting van de veiligheid kritische parameter en het vermogen om dit meteen te regelen. Daarnaast is het verbruik van inert gas minimaal, omdat het alleen wordt gebruikt wanneer het nodig is. Bovendien kunnen lekkages en procesverstoringen worden gedetecteerd. Er kleven echter ook wat nadelen aan de continue zuurstofmeting. Het veiligheids- en integriteitsniveau van de zuurstofsensoren is in sommige gevallen onvoldoende. Hierdoor zijn er extra controlemethoden nodig om de veiligheid te garanderen. Tenslotte kunnen sensoren vervuild raken met procesmaterialen.

 

Als het gaat om de inferentiële methoden, zijn er meerdere varianten, namelijk de periodieke zuurstofmeting, opeenvolgende zuurstofmeting, drukcontrole en stromingscontrole. 

Bij de periodieke zuurstofmeting wordt het zuurstofgehalte in de lucht meerdere malen gemeten met behulp van monsters, meestal met een draagbare zuurstofmeter. Deze methode wordt gebruikt om te kalibreren en om zeker te weten dat de zuiveringsmethode daadwerkelijk zorgt voor het vereiste zuurstofgehalte. Daarnaast kan deze methode ook samengevoegd worden met een andere controlemethode, zoals de stroom- of drukcontrole. 

Bij de opeenvolgende zuurstofmeting neemt één zuurstofanalysator een aantal monsters van de procesapparatuur in een regelmatige volgorde. Hierdoor wordt elke afwijking van het vereiste niveau opgespoord. Deze methode kan ingezet worden om zo de zuurstofconcentratie direct te controleren.

Drukcontrole vindt plaats door de druk en het aantal schommelingen te meten. Deze methode is nodig om er zeker van te zijn dat de maximale en minimale druk worden behaald bij elke schommeling of cyclus. Hij dient ook opgevolgd te worden door de periodieke zuurstofmeting, om vast te stellen dat op alle plaatsen aan het vereiste zuurstofniveau wordt voldaan. De inerte lucht kan worden gehandhaafd door een overdruk te creëren, mits dat er geen lucht wordt toegevoegd tijdens het proces. Wanneer een systeem niet inert kan worden gemaakt met de drukschommeling inertie techniek, kan eventueel eerst de stroomtechniek gebruikt worden. Hierbij wordt een kleine overdruk aangehouden om zo de inerte atmosfeer te behouden. 

Bij de stromingscontrole dient een minimale stroomsnelheid gecontroleerd en gehandhaafd te worden in de tijd dat de lucht inert wordt gemaakt. Ook wanneer de lucht eenmaal inert is, moet de minimale stroom continu gecontroleerd blijven. Het voordeel hiervan is dat lekkages gedetecteerd worden, maar tegelijkertijd kan de stroommeter vervuild raken met procesmaterialen die met de geventileerde gasstroom mee naar buiten komen. Bij deze controle is het belangrijk dat lucht tijdens procesverstoringen niet binnen kan dringen. Zelfs al zijn het maar kleine lekkages. Ze kunnen verstikkingsgevaar opleveren in gesloten ruimtes. Ook na de stromingscontrole dienen de inerte omstandigheden bevestigd te worden door er opvolgend nog een periodieke zuurstofmeting uit te voeren.

Leidraad voor inertisering_zuurstof manometer.jpg

Zuurstof manometer

Juul Jenneskens

Naam: Juul Jenneskens
Adviseur

Neem gerust contact op als u vragen heeft over dit onderwerp. Samen met mijn collega's sta ik klaar om u te helpen!

Neem contact op met Juul Jenneskens 077 467 3555 [email protected]

Liever direct een adviesgesprek aanvragen?