Het mengen van poeders is een complex proces.
Dit artikel bespreekt een aantal belangrijke onderwerpen met betrekking tot dit onderwerp. Het volgende komt aan bod:
- Een inleiding van het onderwerp mengprocessen en mengmechanismen
- De bespreking van een aantal mengprincipes
- Een opsomming en uitleg van de drie voornaamste mengmechanismen
De experts van Dinnissen Process Technology staan klaar voor al uw vragen:
Neem contact op met Juul Jenneskens 077 467 3555
Het belang van mengprocessen en mengmechanismen
De uiteindelijke eigenschappen van veel producten worden vaak voor een groot deel bepaald door mengprocessen. Het mengproces is in veel gevallen bepalend op welke wijze de diverse componenten in het mengsel verspreid worden. Bij het produceren van veel samengestelde producten vindt het mengen plaats voordat de samengestelde producten gevormd worden. Het ontstaan van een acceptabele mengkwaliteit en een voldoende homogeen gemengd mengsel wordt bepaald gedurende de mengfase. Zo moet men er bijvoorbeeld bij medicijnen voor zorgen dat elke pil een gelijkwaardige samenstelling heeft en dat de werkzame stoffen uniform verdeeld zijn.
Er is meestal praktische kennis aanwezig over de wijze waarop mengprocessen optimaal ingesteld moeten worden en voor welke menger er het beste gekozen kan worden. Toch blijven relatief eenvoudige operationele vragen onbeantwoord. Een reden hiervoor is dat er veel tijdrovende experimenten nodig zijn om de optimale oplossing te vinden.
In het algemeen wordt het mengen van poeders ten onrechte beschouwd als een van de meest eenvoudige stappen in het productieproces. Wetenschappelijke kennis met betrekking tot het gedrag van poedermengsels ontbreekt. Industrieel te mengen poedermengsels bestaan meestal uit meerdere componenten die soms ook weer uit meerdere componenten bestaan. Flowschema’s laten in de praktijk slechts de flow van de verschillende componenten zien. Vragen als “Wat moet er veranderen aan het mengproces als de verhoudingen van de componenten in het poedermengsel veranderen?”, “Wat gebeurt er met de kwaliteit als de snelheid van de menger verhoogd wordt?”, "Waar kunnen klein componenten of vloeistoffen het beste toegevoerd worden in de menger" en “Kan de mengtijd worden verlaagd als de rotatiesnelheid verhoogd wordt?” blijven vaak onbeantwoord.
Mengprincipes van poederdeeltjes
Om menging van een poedermengsel te bewerkstelligen is mobiliteit van de poederdeeltjes nodig. De poederdeeltjes hebben extern aangeleverde energie nodig om te kunnen gaan bewegen. Diffusie op de wijze zoals die in vloeistoffen plaatsvindt, vindt in een poedermengsel niet plaats. De energie om de deeltjes in beweging te zetten kan op diverse manieren worden toegevoerd. Soms gebeurt dit door ronddraaiende assen met paddles of een roterende roerder die zich door de te mengen poeders beweegt, soms door zwaartekracht en soms door een combinatie van deze twee technieken. Hoe goed de menging hierdoor verloopt hangt tevens af van een aantal fysische eigenschappen van de deeltjes, zoals wrijving tussen de deeltjes en cohesie.
Opmerkelijk van poeders en poedermengsels is dat ze zich als vast lichaam kunnen gedragen maar ook als een vloeistof of een gas. In tegenstelling tot vloeistoffen kunnen poeders gelijktijdig op verschillende manieren kracht overdragen, via interne wrijving, Van der Waals krachten, capillaire krachten en elektrostatische krachtwerking.
Poedermengsels worden ingedeeld in twee categorieën: vrij stromend of door cohesie aangedreven. In de praktijk moet dit gezien worden als een glijdende schaal. Cohesie wordt kwadratisch kleiner met de afmeting van een poederdeeltje. Van der Waals krachten en capillaire werking zijn overheersend voor deeltjes kleiner dan 500 micron en samen nemen ze proportioneel toe met de diameter van de deeltjes. Empirisch is vastgesteld dat voor poederdeeltjes kleiner dan 100 micrometer cohesie vaak de belangrijkste krachtwerking is en dat boven deze grens de poeder meestal als vrij-stromend kan worden beschouwd. Hierbij geldt echter ook dat andere poedereigenschappen een rol spelen in de loopeigenschappen van poeders.
Op macroscopische schaal kunnen er kleinere deeltjes (kleiner dan 100 micrometer) zijn, waarbij beweging van de deeltjes ’s krachtoverdracht door cohesie de overhand heeft. In dat geval zijn met name grootte en de vorm van de deeltjes bepalend voor het stromingsgedrag. Bij het mengen van poederdeeltjes is het van belang hier rekening mee te houden.
Het karakteriseren van de verschillende poederdeeltjes in een mengsel niet voldoende is om te voorspellen op welke wijze de deeltjes in het poedermengsel zich gaan bewegen tijdens het mengproces. Anders geformuleerd: Het stromingsgedrag van een mengsel van poederdeeltjes kan heel verschillend zijn ten opzichte het gedrag van één van de componenten van het mengsel. Normaal gesproken is het overheersende ingrediënt in een poedermengsel bepalend voor het stromingsgedrag maar dit geldt niet voor alle soorten mengsels.
Tot slot is het van belang om te beseffen dat tijdens het mengproces poederdeeltjes van vorm kunnen veranderen of kunnen gaan samenklonteren. Hierdoor kan het stromingsgedrag weer veranderen.


Het mengen van poeders is een zwaar onderschatte wetenschap
De drie voornaamste mengmechanismen
De werking van de in de industrie ingezette mengers is vrijwel altijd gebaseerd op één of meerdere van de volgende drie soorten mechanismen:
- Convectie
- Diffusie
- Afschuiving
Menging door convectie houdt in dat dynamische gebieden met poederdeeltjes door de menger bewogen worden. De gebieden zijn dynamisch doordat ze continu veranderen. Ze worden bijvoorbeeld aangedreven door mengassen of door centrifugaal krachten in een trommel. Als gevolg van convectie kan de mate van segregatie op snelle wijze verlagen. Grote dynamische gebieden van poederdeeltjes zullen in kleinere worden omgezet. Hierdoor ontstaat een almaar groter kracht-uitwisselend oppervlak waardoor de menging van de verschillende ingrediënten steeds sneller zal verlopen.
Op ongeveer gelijke wijze als bij het mengen van vloeistoffen kan er bij het mengen van een poedermengsel diffusie optreden. In tegenstelling met de hierboven beschreven convectie, is diffusie een relatief langzaam mechanisme dat er voor zorgt dat poederdeeltjes één voor één verspreid worden in het mengsel. Diffusie kan optreden als een roerder langs een van deeltjes schraapt. Daarbij worden een aantal poederdeeltjes aan het contactoppervlak in beweging gezet die vervolgens onder de invloed van zwaartekracht een ander plek in het mengsel in gaan nemen.
Het derde mengmechanisme is afschuiving. Als twee dynamische gebieden met poeder in een poedermengsel langs elkaar bewegen met een verschillende snelheid, kan aan het contactoppervlak van deze gebieden afschuiving plaatsvinden. Allereerst kunnen individuele poederdeeltjes onafhankelijk van elkaar overgaan van het ene gebied naar het andere. Verder veroorzaakt het verschil in snelheid tussen de verschillende dynamische gebieden een oppervlaktespanning op de raakvlakken. Als gevolg van deze oppervlaktespanning kunnen de dynamische gebieden van poeder in stukken uit elkaar vallen.
In de praktijk treden deze drie meng-mechanismen tijdens het mengen vaak gelijktijdig op. Ook kan er gedurende het mengen een verschuiving plaatsvinden van het ene mengmechanisme naar het andere. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat bij de start van het mengen convectie de overhand heeft en dat gedurende het mengen diffusie een steeds groter aandeel zal hebben in het mengproces.